Cuba Sigaren & Tabak

Sigaren & Tabak

Toen Columbus per toeval op de Cubaanse kust landde, zag hij de inheemse bewoners Cohiba (tabak) roken. Gevierd om de spirituele effecten, werd het gebruikt tijdens hun religieuze riten. Blijkbaar zag Columbus wel wat in die spirituele effecten, want al snel stuurde hij de exotische stimulerende middelen naar Europa, waar het in eerste instantie werd gebruikt als een therapeutisch middel.

De tabaksplant (Nicotiana tabacum) groeit uit kleine, goudkleurige zaadjes. De hoogwaardige kwaliteit van het Cubaanse tabakszaad, verklaart deels de wereldwijde vraag naar het product. Het zaai- en groeiproces loopt van november tot februari, waarna de rijpe, groene bladeren worden geoogst, in de overige maanden plant met andere gewassen op de akkers. Vaardigheden en kennis worden van generatie op generatie doorgegeven, de boeren binden de bladeren tot bundels, hangen ze aan horizontale palen en vervoeren ze vervolgens naar raamloze gebouwen (ranchos) of drooghuizen. Het drogen duurt 45-60 dagen, waarin de bladeren veranderen van heldergroen in de vertrouwde bruine kleur van een sigaar.

Tijdens het groeiseizoen van de tabak verandert het Cubaanse platteland in een pittoreske, pastorale omgeving en tussen de groene deken van bladeren ploegt de boer in zijn door de zon verschoten overall achter zijn ossen. Tabaksvelden liggen verspreid over het hele eiland, zoals in de buurt van Havana en Santa Clara, maar de beste tabak (hier zijn de deskundigen het erover eens) komt uit de westelijke provincie Pinar del Río.

Vuelta Abajo, een klein gebied in de buurt van de provinciale hoofdstad, staat bekend om ideale omstandigheden voor de tabaksteelt. De bergketen Sierra del Rosario beschermt de planten tegen zware regenval, maar draineert het regenwater wat de rode aarde (met stikstof) vruchtbaar houdt. Voormalige plantage-eigenaren, die het land in 1959 verlieten, hebben tevergeefs geprobeerd om in buurlanden vergelijkbare groeiomstandigheden en kwaliteit van het product te behalen.

Tot hier het proces op het land. De fabrieken waar tabak wordt gerold tot de wereldberoemde sigaren bevinden zich meestal in de stedelijke centra. Hier sorteren, rollen en snijden bekwame mannen en vrouwen de bladeren met de hand alvorens om elke sigaar een uniek bandje te doen. De legende wil dat sigarenbandjes werden uitgevonden om de vingers van een aristocratische vrouw tegen nicotinevlekken te beschermen.

Partagas is een bekend Cubaans sigarenmerk, geproduceerd in een beroemde fabriek opgericht in 1845. Ongeveer 20 jaar later werd een nieuwe vacature geïntroduceerd in deze fabriek; de “lezer”. Het was de taak van de “lezer” om de krant of korte verhalen voor te lezen aan de torcedores (sigarenrollers). Dit initiatief werd zo oed ontvangen, dat het zelfs na de introductie van de radio gehandhaafd bleef.

Cuba produceert ongeveer 32 verschillende merken sigaren, waarvan vele nog steeds hetzelfde embleem dragen. Winston Churchill was een beroemde roker van sigaren. Hij rookte 8-10 (vooral Cubaanse) sigaren per dag, met een sterke voorkeur voor het merk Romeo y Julieta. Een sigaargrootte is naar hem vernoemd, de “Churchill”. Vóór het Amerikaanse handelsembargo tegen Cuba in 1962 van kracht ging, liet John F. Kennedy zijn secretaris 1000 van zijn favoriete Cubaanse sigaren bestellen: de Petit Upmann.

Andere bekende merken zijn Montecristo, Cohiba, Vegas Robaina en Partagás.

Helaas zijn niet alle sigarenfabrieken (altijd) geopend voor het publiek, maar het proces kan worden bekeken in het Hotel Conde Villanueve in Havana. De gezellige sigarenwinkel op de mezzanine lijkt op een decor voor een verhaal van Charles Dickens. De torcedor laat met enthousiasme zijn vaardigheden zien tijdens het rollen van de tabaksbladeren.

Live chat
Live Chat Support Software